Feeds:
Berichten
Reacties

“Hoe kom je aan dit document?”

“Dat kan ik je natuurlijk niet vertellen, je weet dat het een hartstikke geheim document is. Ze zouden me wat aandoen als ze wisten dat je het hebt gezien. Bovendien is dat toch helemaal niet belangrijk Sam… Het gaat om de gegevens die je ziet. Het is een document wat authentiek is en waar de hele wetenschap van op de kop zal staan. Het schijnt niet op zichzelf te staan, er zijn nog andere documenten maar dit is voor ons belangrijk: wij staan er immers op.”

Sam schudde zijn hoofd en maakte zich voorzichtig los uit haar omarming. Het licht flakkerde even. Sam’s hart sloeg over en hij maakte een geluid. Ze moest erom lachen.

“Relax Sam, het is een stroomdipje. Dat heb ik al een paar keer meegemaakt hier. Kan geen kwaad.”

Hij draaide zich verlegen naar haar om en keek haar aan.

“Hoe heb jij Esther zo goed leren kennen, Lot?”

Ze keek hem verbaasd aan.

“We hebben een hechte familieband Sam. Dat wist je toch al? En met de één kan je het beter vinden dan met de ander. Ik…”

“Zoals bijvoorbeeld Qiusé? Je contact met haar is aanmerkelijk koeler.”

Ze zuchtte diep en veegde een lange blonde lok uit haar gezicht. Ze beet wat op haar onderlip en pakte nog een sigaret. De ruimte begon behoorlijk blauw te staan.

“Qiusé heeft me altijd gezien als een te jong wichtje dat in alles nog te bleu was. Ik haatte dat, kon ook niet normaal tegen haar doen. Ik keek tegen haar op en haatte haar daarom nog meer. Esther is zo anders, veel liever en zorgzamer. Ze sprak met me, luisterde naar me, was echt in mij geïnteresseerd. Ze heeft grote geheimen met me gedeeld en ik ben haar daar zo dankbaar voor. Qiusé pronkt met haar afkomst maar laat niemand daarin delen. Ze is een zelfingenomen trut die alleen maar aan zichzelf denkt…”, ze keek Sam fel aan, “maar volgens mij is ze hartstikke bang. Daarom vluchtte ze in jouw armen. Ik vind het zo goed van je dat je haar hebt laten vallen. Die meid verdient niet beter.”

Sam knikte slechts, hij slikte wat moeizaam en keek haar indringend aan.

“Esther is ook opgelucht. Ze weet dat Qiusé hartstikke verliefd op je is. Het liefst zou ze je willen uitleggen wat er allemaal is gebeurd de laatste jaren maar ze begrijpt ook wel dat jij daar niet op zit te wachten.”

“Ik heb alle reden om aan te nemen dat Esther me haat, Lot. En dat jij me haat. Esther heeft opdracht gegeven om me uit te schakelen. Weet je nog? Die nacht dat je me opzocht in het pension van Mia? Je was op de hoogte van het voornemen om me op te ruimen. Bijzondere liefde houden jij en Esther er op na, ik kan niet anders zeggen.”

Ze verslikte zich en hoestte. Tegelijkertijd schudde ze heftig haar hoofd. Het licht flikkerde wederom, korter dit maal. Automatisch keek Sam op zijn horloge en vroeg zich af wanneer Hazendans de deur weer zou openen.

“Dat is niet waar Sam. Ik houd van je. Ik mocht geen gevoelens voor je koesteren omdat ik Esther niets in de weg wilde leggen. En ik ben natuurlijk veel te jong voor je. Maar ik kan niet ontkennen dat die gevoelens er nu eenmaal zijn. Toen ik in dit document bevestigd zag dat jij en ik samen moesten komen om het beloofde zaad te verwekken kon ik eindelijk mijn liefde voor je openbaar maken.”

“Enig idee waar Qiusé nu is?”

Ze snoof minachtend en keek van hem weg.

“Nee. Ze zat in Kenia of Ghana, weet ik veel. Nu is ze spoorloos. Maar ze zal wel weer opgespoord worden.”

“Door wie?”

“Weet ik veel.”

Sam ging zitten, pakte haar plotseling bij haar schouders en spuugde de woorden bijkans in haar gezicht.

“Weet ik veel? Weet ik veel? Verdomme Lot, je weet meer dan je los laat, veel meer. Als jij echt zo veel van mij houdt als je zegt dan vertrouw je me en vertel je me waar ik aan toe ben. Ik ben het verdorie zat om overal achteraan te jakkeren terwijl iedereen om me heen me van alles kan vertellen. Vertel me…”

Even flakkerde het licht nog en toen werd het donker. Aardedonker. Het duurde wat langer dan zojuist en Sam merkte dat ook Lot nu wat gejaagder adem begon te halen. Zou Hazendans de deur komen openen? Sam probeerde de tijd te onderscheiden. Hazendans zou nu ieder moment binnen kunnen komen. Achter in de ruimte klonken geluiden.

Hij en Lot waren niet langer alleen.

 

Sam liep de ruimte in en ging naast haar op het bed zitten. Snikkend leunde Lot tegen hem aan, ze schokte en omhelsde hem. Mijnheer Hazendans keek hem aan en wees naar de deur. Sam knikte. Zonder verder een woord te spreken sloot de oude man de deur van de schuilkelder. De droge klik gaf Sam een vervelend gevoel. Hij hoopte maar dat Hazendans geen hartaanval zou krijgen, hij was per slot van rekening een man van de dag.

“Het spijt me Sam”, fluisterde Lot, “ik heb alles gedaan om ons kindje goed te verzorgen. Ineens kreeg ik buikpijn, het leek alsof mijn huid op knappen stond. Toen ben ik gevlucht. Ik wist niet meer waar ik heen moest Sam, niemand is meer veilig. Ik…”

Sam drukte haar tegen zijn borst en gaf kleine kusjes op haar blonde haren. Ze gloeide, misschien van de koorts, misschien van de spanning. Ze klonk nerveus, gejaagd maar vreemd genoeg normaler als anders. Minuten bleven ze zo zitten en Lot leek tot rust te komen. Ze maakte zich los uit zijn omhelzing en wreef haar wangen droog. Haar ogen stonden helder en ze keek hem aan.

“Hoe laat komt je opa terug?”

Ze keek op de digitale klok naast haar bed.

“Over een uurtje, denk ik. Dan eten we meestal samen iets. Hoezo?”

“Ik vind het een beetje lastig om opgesloten te worden,” glimlachte Sam. Hij schoof wat verder het bed op om ruggensteun te vinden tegen de wand. De ruimte was sober maar warm ingericht. Eigenlijk was alles aanwezig wat je in een gewone huiskamer zou verwachten. Het viel hem nu pas op dat er in de hoek naast hem nóg een ruimte bleek te zijn. Hij stond op en betrad een keuken. Daarachter een deur die, zo bleek, toegang gaf aan een derde vertrek. Ook comfortabel ingericht en ook voorzien van bedden. Opklapbedden. Ja, je moest in crisistijd je oppervlakte efficiënt gebruiken.

“Wist ik niet,” hoorde hij achter zich.

Lot keek de ruimte in en gaapte. Ze liep naar de achterste wand en gaf er met een vlakke hand enkele klappen op. Sam bekeek het met interesse en kwam bij haar staan.

“Verwacht je nog een ruimte?”

Ze schudde haar hoofd en keek naar hem op. Zelfs nu, na alles wat deze vrouw overkomen was, straalde haar gezicht een ongekende schoonheid uit. Ze ging op haar tenen staan en zoende Sam kort op zijn lippen.

“Kom eens mee.”

Ze liep terug naar het bed en ging er op zitten.

“Heb je sigaretten bij je?”

Hij haalde een pakje uit zijn zak en gaf het haar. Opnieuw gleed zijn hand in zijn zak en diepte een aansteker op. Hij gaf haar vuur en zij pakte z’n hand. Ze blies de vlam weg en kuste zijn vingers. Ze legde haar wang even op de rug van zijn hand en sloot voor een ogenblik haar ogen.

“Sam, ben je niet verdrietig over onze zoon?”

“Was het een jongen?”

Ze keek stralend naar hem op met betraande ogen. Ze knikte vol overgave en twinkelde bijna. Ze pakte ook zijn andere hand en trok haar schouders in gelukzaligheid op. De ademde haar rook diep uit, alsof er last van haar afviel.

“Ja, een jongetje. Blauwe ogen, rood haar, krachtig. Hij leek op jou en mij…”

Sam slikte moeizaam. Hij voelde zich ellendig. Tegenover hem een krankzinnige vrouw in opperste gelukzaligheid die een wonder wil delen met haar geliefde. Want Sam wist zeker dat deze vrouw oprecht van hem hield. Die explosie van geluk in deze dode ruimte, samen met zijn gevoel van eenzaamheid en oprechte zorg. En weer met die vervloekte obsessie om alles te willen registreren. De detective was allang wakker.

“Lot?”

“Ja lieverd.”

“Lot, hoe lang was je zwanger?

Ze verstarde en begon te stotteren.

“Je hoeft het niet te zeggen, ik weet het al,” sprak Sam zacht, “iets meer dan vijftien weken. Wanneer heb je ze voor het laatst gezien?”

Ze werd bozig en haar blik werd vuriger.

“Weet ik veel, anderhalve week geleden of zo.”

“Dan is het onmogelijk dat je de kleur van de ogen zag. Of de haren. Het geslacht…”

Hij greep naar het pakje sigaretten wat op bed lag, vlak voordat zij het kon pakken om een tweede sigaret op te steken. Ze rookte als een bezetene.

“Was je wel zwanger Lot?”

“Godverdomme Sam! Wat denk je!?”

Er viel een stilte.

“Ik denk dat je me op een heel andere manier hebt genaaid Lot. Je weet dat je niet zwanger kan worden van mij. Ik ben onvruchtbaar. Hebben ze je dat niet verteld?”

“Wie moet mij dat dan vertellen?”

“Je Opa? Je vrienden in de stam? Je andere familieleden?”

Haar blik doofde en ze leek zich te herstellen.

“Ik weet dat jij de Stamvader bent Sam. En ik weet dat ik de vrouw ben die de eerstgeborene zal baren.”

Sam keek haar hoofdschuddend aan.

“Nee Lot. Dat denk je. Dat hebben ze je vertelt. Maar jij wéét diep in je hart dat niet jij maar Qiusé in die bevoorrechte positie staat. Dus was mijn wip met jou een welkome aanvulling op mijn lijstje.”

Ze keek hem op minderwaardige manier aan.

“Ow God, nu begrijp ik het. Heeft Qiusé wel eens wat over onze familie vertelt Sam?”

De vraag verraste Sam volkomen en hij keek haar even verbaasd aan. Ze grinnikte.

“Nee hè… En ik durf te wedden dat je het document ook nog niet hebt gezien?”

Sam z’n mond viel open.

“Over welk document heb je het in godsnaam Lot?”

Ze sprong op en pakte haar rugzak. Ze graaide erin en wierp een rol papier naar hem toe.

“Hier, wijsneus. Het document. Het originele. Kopie natuurlijk maar het zijn wel heel goeie scans. Kijk is op r54, rechts onderin, zie je de namen?”

Sam tuurde en knikte.

“Ik herken Arabisch, Grieks en Latijn… het vierde zal ongetwijfeld Syrisch zijn. Maar het vijfde… ow, wacht even misschien Arameens?”

Ze snoof minachtend.

“De vertaling daaronder Sam, de Nederlandse.”

Daar stond het. Sam zocht de tak van Hazendans, las de vertakkingen en trof Qiusé en Esther.

Esther als eerste. Als Eersteling.

Lot was achter hem gaan zitten en wees over zijn schouder naar een tweede scan op dezelfde pagina.

Zijn naam. In een opvallend verminkte tak. Afwezig of dood.

Sam bladerde terug, bestudeerde de tekst, bekeek de diagrammen en zag dat hij verbonden werd met de takken en loten van Hazendans.

Lot bladerde over zijn schouder mee en sprong weer terug naar de diagrammen van Hazendans zelf.

“Kijk eens.”

Haar vinger wees naar een solitaire tekstregel op het document.

Hij las haar naam, lispelde deze.

‘g l o r i a’

…en zag het teken achter haar naam.

 

De vlucht met de helikopter was heftig. Voordat Alec en Sam vertrokken maakte de piloot melding van een weersverandering: de zomer was voorbij, het weer in Noord-Europa zou langdurig onder invloed staan van een diepe depressie met grote hoeveelheden regen en stormachtige wind. De vooraankondiging van de weersomslag zouden ze wellicht al tijdens de vlucht ervaren. Sam had zijn windstopper tevoorschijn gehaald en zijn regenjas aangetrokken. Alec deed een leren jack aan. Met de waarschuwing dat het een turbulente vlucht zou worden kreeg Sam een knoop in zijn buik. Hij hield niet van vliegen en met een heli zouden ze niet boven het weersgeweld uitstijgen. Hij zat, stevig in een gordel,
licht gespannen in een redelijk comfortabele stoel. Het was aan Alec te danken dat hij niet permanent aan een catastrofe zat te denken. En goed, de geestverruimende middelen hielpen ook mee.

Alec stootte hem aan en wees naar buiten. Sam keek automatisch door het raam al was de duisternis ingetreden.

“We landen in Wolder, als je op een satellietfoto zou kijken dan zou je verrast zijn over de precieze locatie.” Als vanzelf liet hij de plaats op zijn mobiele telefoon zien. Sam keek hem verrast aan.

“Het galgenveld…”

Alec gniffelde.

Niet veel later stonden de twee mannen voor de deur van de woning van mijnheer Hazendans. Ze hadden gebeld en aan het gestommel te horen was de oude man onderweg om ze binnen te laten. De voordeur draaide geluidloos open, hij
had een gejaagde blik in zijn ogen en hijgde.

“Goddank jullie zijn er. Kom snel binnen, Lot is hier.”

“Wat?”, Alec vloekte binnensmonds en passeerde .

“Wees stil, verdorie, ze slaapt!”

“Waar is ze?”, Alec keek de huiskamer rond. Mijnheer Hazendans hijgde nog heviger en liet zijn handen op de leuning van een grote stoel rustten. Dezelfde stoel waar Lot die zogenaamde absence had gehad. Sam keek het met gemengde gevoelens aan en maande Alec tot rust.

“Waar is ze?”

“Ik heb haar beneden in de kelder gebracht. Daar is ze veilig.”

Alec sperde zijn ogen open en vloekte nu hoorbaar. Hij snelde naar de gang en stormde de trap af die in de kelder uitkwam. Sam keek verbijsterd naar de oude man die zichtbaar aangeslagen naar hem opkeek.

“Wat…?” Sam kon niet anders dan Alec volgen en daalde ook de trap af. Alec sloeg op de muur en riep de naam van Lot. Er kwam geen reactie en Alec begon te schreeuwen. Bovenaan de trap verscheen mijnheer Hazendans met een vermoeid gezicht.

“Ze kan je niet horen Alec, het is een schuilkelder,alle geluiden van buiten komen helemaal niet door. Wacht…”

Hij opende een klein kastje aan de muur en toetste een paar toetsen in. Met een droge klik hoorden ze een vergrendeling ontsluiten en er ontstond een opening. Tegelijkertijd flikkerden een aantal tl-lampen aan de zoldering aan. Op een bed lag Lot. Ze keek Sam aan en richtte zich op.

“Ik ben ons kind verloren Sam”, sprak ze hees. En barstte in een geluidloos snikken uit.

 

Sam stapte uit en bekeek de enorme voorgevel van het huis van Alec. Een paar uur daarvoor hadden ze video bekeken van de ‘aanval’ van Lot in Maastricht. Sam voelde zich ongemakkelijk bij het zien van de beelden. Hij vertelde uitvoerig hoe hij zijn eigen toeval had beleefd. Dat hij beelden zag van twee vechtende mensen resulterend in een moord. De afbeelding in het middeleeuws manuscript dat tot leven scheen te komen… en overeenkomsten hadden met de geschiedenis van Wolder, het Wolder van Aleid. Het besef dat hij volledig verkrampt was, niet kon bewegen, en het permanente geluid van sirenes wat in zijn hoofd resoneerde. Dat Rebekka hem wakker schudde en in paniek leek te zijn. En dat hij van ver had moeten komen om weer in het hier en nu te zijn. Alec schreef zich suf en stelde hier en daar een vraag. Alec beloofde verdere uitleg te geven als ze in zijn huis zaten. Het was snel geregeld: justitie gaf een vrijlatingsbevel; de afdeling voorlichting deed een persbericht uit en
zegde wat interviews toe over de vrijlating van Sam. Er werd een strategie bepaald waarin het totale vrijpleiten van Sam werd verdedigd en waarin tegelijkertijd een update werd gegeven van de vorderingen die de dienst maakte in de ‘complexe zaak’. Doel was een zo snel mogelijke rehabilitatie. Sam werd gevraagd of hij mee wilde werken aan interviews. Hij weigerde. Televisie? Geen denken aan. Uiteindelijk stemde hij in met een mogelijk interview voor een serieus weekblad. Hij zou het wel zien, in deze tijd was hij waarschijnlijk over een week weer vergeten en had hij plaats gemaakt voor een terrorist. Ze hadden de spullen van Sam gepakt en waren vertrokken. Na nog geen half uur rijden waren ze op de plaats van bestemming en daar stond Sam, als vrij man, voor de enorme villa van Alec.

“Kom binnen.”

Alec liet Sam voorgaan en ze betraden een forse hal met verschillende toegangen tot vertrekken. Een enorme trap leidde naar een vide waar ook weer diverse deuren waren. Sam floot even en keek hem aan.

“Als eenvoudige medewerker bij de inlichtingendienst verdien je een behoorlijk salaris, zo te zien.”

Alec ging hem voor, gooide zijn jack in een stoel en liep naar een koelkast. Hij nam plaats aan een bar, nodigde Sam uit te gaan zitten en zette drank en eten neer. Hij trok zijn schoenen uit, schonk een glas whisky in en dronk het glas in enkele slokken leeg. Hij vulde opnieuw.

“Laten we het vandaag alsjeblieft niet over mijn werk of over mijn bezit hebben Sam. Ik wil kennis met je maken, over de zaak praten maar vooral met elkaar praten en elkaar goed leren kennen. Ik heb de komende dagen vrij, ik zal af en toe gebeld worden. Mijnheer Hazendans zal ons op de hoogte houden van de toestand van Lot. Wil je bier of wil je iets anders?”

“Wat heb je allemaal?”

“Kijk zelf maar. Ik zal je eerst een rondleiding geven, dan weet je ongeveer waar wat te vinden is. Als we nu eerst even je spullen uit de auto halen, dan kan ik je je kamer laten zien.”

Een klein uur later zaten ze weer aan de bar, Sam had gedoucht en zichzelf geïnstalleerd in zijn kamer. Het was groot. Alles was hier groot met veel luxe… alles was vooral véél. Ze rookten een joint.

Sam had de eigendommen van Rick mee naar beneden genomen om zijn bevindingen met Alec te delen. Inmiddels begon hij wat last te krijgen van zijn achterdocht die maar bleef schrijnen.

Ze dronken, aten allerlei kleine gerechtjes en rookten. Even viel er een kleine stilte.

“Alec, ik blijf een vervelend gevoel houden in dit contact. Ik merk dat ik dat vervelend vind maar ik kan er niks aan doen. Ik ben constant op mijn hoede. Snap je?”

Alec knikte glimlachend.

“Beroepsdeformatie Sam. Komt nu wat steviger naar voren dan normaal. Je hebt dat gevoel toch bij ieder contact? Bij iedere ontmoeting, of het nu bekenden zijn of onbekende mensen, je blijft met een rem spreken. En bovendien ben je behoorlijk toegetakeld in de cel. Ik haat die hufters binnen de korpsen. Op straat lopen ze ongewapend rond en stellen ze zich zogenaamd dienstbaar op. Ben je eenmaal gearresteerd dan leven enkele dienders zich behoorlijk uit. Zielige figuren. En ze houden elkaar de hand boven het hoofd. Maar dat is in Nederland niet veel anders.”

Hij zweeg even en zuchtte.

“Ik hoop dat je me gaat vertrouwen Sam. We krijgen een loodzware tijd te verduren en we zullen elkaar keihard nodig hebben.”

Alec stond op en liep naar zijn audioapparatuur. Hij snelde met zijn vingers langs de ruggen van de hoesjes, stopte en legde de schijf in de speler. De ruimte werd plots gevuld met een muur van elektrische gitaren en het ritme van de snoeiharde drums. Sam moest ontzettend lachen en brulde uiteindelijk de grommende schreeuwzang mee. Ze stonden, ze lachten en zongen mee, speelden luchtgitaar en draaide het ene na het andere nummer. Ze kondigden de nummers aan en vertelde er iets persoonlijk bij, ze begonnen elkaar uit te dagen en gaven elkaar cynische sneren. Met bevrijdend gelach. Het werd een proeven van elkaars nieren. Alec lag net in een lacjkick toen zijn telefoon ging. Gierend van de lach liep hij uit de herrie, Sam bleef achter met een nare zweem in zijn buik. Dat trok direct weg toen Alec lachend binnenkwam. Die kwam met uitgestrekte armen op hem af en hield zijn gezicht in zijn handen. Hij moest schreeuwen om over het geluid heen te komen.

Sam luisterde intensief en keek naar de beweging van zijn mond. Hij begreep dat Lot opknapte en dat Hazedans hen wilde spreken. Sam liep naar de volumeknop en draaide het geluid naar nul.

“Komt hij hierheen?”

“Nee, we gaan naar hem toe. Nu.”

“Hoe? Jij kan echt niet meer rijden hoor.”

Alec schaterde en zette de muziek weer iets harder.

“Sam jongen, dat waardeer ik nou zo in jou! Jij blijft klein denken. Weet je wat de voordelen zijn van de positie die ik heb binnen de inlichtingendienst? Ze komen je halen, je hebt 24 uur per dag vrij reizen.”

Sam blies een wolk rook in zijn gezicht.

“Mijnheer heeft een chauffeur… Mijnheer is een kapitalistisch zwijn.”

“Tss…”, Alec siste grijnzend, “chauffeur… zóóó eighties. In onze tijd worden wij vervoerd door een piloot. De heli landt over een uurtje. Zoveel haast heeft het nu ook weer niet. Zijn we binnen drieënhalf uur daar. Nou… lijkt me redelijk. Die ouwe lul is toch wel wakker.” Hij knipoogde met een brede lach.

Sam vond hem leuk.

 

Alec nam direct de hoorn weer van het toestel, tikte wat toetsen in en gaf commando’s door de telefoon. Dat herhaalde hij drie keer en kwam vervolgens bij Sam zitten.

“Is ze dood?”

Alec schudde zijn hoofd en schonk voor Sam en hemzelf nogmaals koffie in. Voor het eerst zag Sam dat hij vermoeid in de stoel zakte en intensief in zijn ogen wreef. Hij zuchtte een paar maal diep en nam een paar slokjes van de hete vloeistof.

“Sam, we moeten weten wat we aan elkaar hebben. Met alle respect, ik volg je antwoorden, ik volg je gedachtegangen maar ik kan er, in deze hele casus, geen moer mee. Je moet het concreet gaan maken en mij vertellen wat ik van je
kan verwachten. Voor mijn part vertel je me dat ik kan doodvallen, ook best. Ik regel een vrijbrief voor je en je kan de straat weer op. Erewoord. Maar ik heb je verdomme nodig om deze hele kolerezooi op te ruimen. Als je er voor kiest om
met mij deze zaak tot een goed einde te brengen moet ik echt feiten van je hebben. Ik wil rekening houden met je talloze weerstanden, met je gevoeligheden aangaande Qiusé, allemaal best. Maar geef me wat ik nodig heb en ik geef jou alles wat je weten wilt.”

“Wat is er aan de hand Alec?”

Hij zweeg.

“Alec, ik beloof je dat ik mee zal werken. Ik zit tot over mijn oren in deze kutzaak en de enige manier om er uit te komen is meewerken aan de oplossing. Stel je vragen, ik zal antwoord geven.”

“Krijg ik volledige antwoorden van je?”

Sam dacht na en keek Alec aan.

“Inzake…?”

“Rachel.”

De stilte die volgde was moordend voelbaar. Sam dronk koffie, rookte een sigaret. Alec maakte nieuwe koffie en verbeet zich… peinsde, schreef iets op een blaadje en stak dat vervolgens in zijn binnenzak. Sam bleef maar denken. Hij formuleerde zijn antwoord en schudde af en toe zijn hoofd.

“Alec?”

Hij draaide zich naar Sam toe en trok zijn wenkbrauwen op.

“Ik zit te denken welk antwoord ik je ga geven. Maar dat is wat zinloos gedoe, besef ik. Ik ga je zeggen wat ik voel en wil…”

Alec liep door de ruimte, piekerde.

“Akkoord”, zal ik ons gesprek opnemen?”

Sam lachte.

“Dat doe ik al. En jij ook.”

“Geef je antwoord.”

Sam stond op, liep naar de kitchenette en opende de koelkast. Hij pakte bier en nam op weg terug naar de tafel wat wiet mee.

Toen hij eenmaal draaide gaf hij Alec antwoord.

“Weet je, ik heb mijn gesprek met Rachel volledig geschreven. Het hele gesprek. En bovendien mijn herinneringen aan het gesprek wat ik met Rachel had op het terras. Je moet het verslag goed lezen want…” Hij wachtte even. “…want mijn aandeel in onze gesprekken is erg relevant. Stel je vragen en ik geef je antwoord. Maar begrijp dat ik niet alles kan vertellen. Mijn gedachten zijn van mij. Ik zwijg over zaken die mij het leven kunnen redden.”

Sam stak zijn sigaret op.

Alec schonk wat whisky in.

“Dat begrijp ik Sam. Ik zwijg ook over zaken die mij mijn leven kunnen redden.”

Weer stilte. Alec drentelde naar een raam en keek op de binnentuin. Sam keek in een peilloze diepte en dacht na.

“Sam?”

Hij keek op.

“Was Lot zwanger van jou?”

“Gaat ze het redden?”

“Haar kindje is verloren. Lot begrijpt niet dat ze ontzettend aan het vechten is om niet te sterven. Ze gaat het redden… hoop ik”.

Sam ratelde.

“Was Lot zwanger van jou Sam?”

“Nee.”

“Zij weet zeker dat het jouw kind was.”

“En áls het mijn kind was?”

Alec keek hem aan.

“Dan zouden de rollen omgedraaid zijn.”

Sam schudde zijn hoofd en keek hem vragend aan.

“Stel nou dat het kind een teken op zijn enkel had, Sam. Dan ben jij een stamvader. Dan volg ik jou.”

Er vielen meer stukjes op hun plek. Het leverde niet eens rust in Sams denken op… het was gewoon een ontzettend grote puzzel. Met veel blauw in de lucht, waarin spaarzaam wat vlokjes wolken in stukjes zweefden.

“Lot kan niet zwanger zijn van mij Alec. Ik ben onvruchtbaar gemaakt.”

Alec sprong op en priemde zijn vinger naar Sam.

“Dát zegt helemaal niks, Sam! Lees je Genesis wel eens goed? Wie waren er onvruchtbaar? Waren zij niet degene die de groten der Aarde hebben voortgebracht?”

Sam kreeg kippenvel en wreef over zijn armen. En Sam hakkelde toen hij sprak.

“Je wilt dat ik je document bekijk, is het niet Alec?”, Sam zocht zijn handen en grijnsde even.

“Wil je me volgen?”

En Alec knikte.

Hoewel de vragen zich bleven opstapelen en de raadsels zich alleen maar leken te vergroten begon de zaak Bjorn nu als een puzzel in elkaar te vallen. Althans… zo leek het. Sam begreep inmiddels wel dat hij deze zaak niet meer alleen kon oplossen, het was groot, te groot. Het aanbod van Alec was aantrekkelijk omdat ze iets zouden gaan doen wat niet zichtbaar was voor de diensten, al kon Sam zich er nu nog geen voorstelling bij maken hoe dat eruit zou komen te zien. Daar had Alec de troeven in handen,die was in staat om zijn eigen dienst, en mogelijk andere nationale diensten, naar zijn hand te zetten.

Met dergelijke gedachten ontwaakte Sam. En ook nog op tijd. Alec zou klokslag negen uur arriveren. Het voelde vreemd om met die wetenschap in dit bed en in deze ruimte wakker te worden. Hij douchte, scheerde zich grondig en at een ontbijt. Hij bekeek zijn notities en de documenten die hij had geschreven en voelde zich tevreden. Pas nu kwam het verlangen om zijn vrijheid terug te krijgen, hij vroeg zich af of dat op korte termijn zou gebeuren en hoe dat vorm zou krijgen. Veel zou afhangen van de gesprekken die hij met Alec zou gaan voeren. Vast stond dat hij volkomen onschuldig was aan de hem ten laste gelegde beschuldigingen.

Sam zou moeten verdwijnen en wellicht gaan infiltreren bij de dissidenten. Wat Alec daar nu precies van hem verwachtte was hem niet duidelijk. Maar met deze, had Sam zoveel andere vragen die om antwoorden vroegen. Hij zou het wel zien. Hij zou het initiatief voor een gesprek bij hem laten. Hij ruimde zijn spullen op, hield de papieren die besproken zouden worden bij de hand en zette wat koffie. Ondertussen kwam er een mevrouw bij hem langs die vroeg of alles naar wens was en of Sam nog iets nodig had, gevolgd door een jongeman die de kamer naast het kantoordeel voorzag van nieuw beddengoed en vlot en grondig de ruimte schoonmaakte. Hij was nauwelijks de deur uit of Alec kwam binnen. Het was inderdaad negen uur. Precies.

Hij kwam gereserveerd over. Hij stelde beleefd vragen  over het verblijf en nam dankbaar de envelop in ontvangst. Hij opende de brief, las zijn eigen tekst nog eens door, scheurde het papier in enkele stukken en brandde het op in de asbak die op tafel stond. Er viel een ongemakkelijke stilte die geen van beiden leek te willen doorbreken. Op het bureau ging de telefoon over. Alec, zichtbaar opgelucht dat hij iets kon doen, stond op en nam het toestel aan. Hij sprak wat losse woorden en hing weer op. Er viel opnieuw een stilte.

“Wanneer kom ik vrij?”, Sam had inmiddels een sigaret opgestoken.

Alec keek hem aan en haalde bijna onverschillig zijn schouders op.

“Wat ga jij mij vertellen?”

“Ik heb een verslag geschreven van het gesprek wat ik met Rachel heb gehad. Bovendien heb ik nog een aantal andere dingen beschreven die ik met je wil overleggen. Maar dat staat of valt bij de samenwerking die je hebt voorgesteld.”

Alec knikte.

“Dus je zou willen samenwerken?”

“In principe wel…”

“Maar…?”

Sam haalde diep adem en ging wat rechter in zijn stoel zitten.

“Kijk, de samenwerking is een uitdaging omdat ik Bjorn misschien bij zijn moeder terug kan brengen, misschien is Lot nog te redden uit de vingers van die idioten. Maar feitelijk wil ik helemaal niks met die dissidenten. Dat is jouw gebied en dat van je dienst. Je geeft me de indruk dat je behoorlijk ver bent in je onderzoek maar je bent nog niet bij de kern belandt. Daarvoor wil je mij gebruiken. Wat is jouw rol in onze samenwerking? Ga je mij offeren zoals je misschien andere hebt opgeofferd? Heb je Rachel opgeofferd voor deze zaak? Zie je, ik snap het niet, Alec. En ik snap je beweegredenen ook niet. Je legt het helder uit in je brief maar de diepere lagen onder je voornemens zijn nog niet ontsloten. En ga me nu niet vertellen dat de kern van de zaak zit in dat document waar je over schrijft. Want om eerlijk te zijn Alec, boeit dat hele document me niet.”

“Daar geloof ik helemaal niks van.”

“Dat zal me een zorg zijn.”

Alec boog naar hem toe.

“Kijk Sam, ik ben natuurlijk niet helemaal achterlijk. Jouw liefde voor geschiedenis, je liefde voor de bijbel, je liefde voor literatuur… Ik tel het bij elkaar op en ik heb een garantie voor een tomeloos enthousiasme voor dit document. Het is authentiek, het is hartstikke geheim en het bevat informatie die de wereld op zijn grondvesten zal doen schudden. En jij bent er een onderdeel in. Wat lul je nou? Denk je nu echt dat ik je geloof? Dat je me overtuigt als je me zegt dat het je om die Bjorn gaat en helemaal geen verlangen koestert om een dergelijk document in te zien? Ik geloof er geen zak van.”

Sam grijnsde en haalde zijn schouders op.

“Je hebt gelijk. En je hebt ongelijk. Ik vind zo’n document opwindend maar ik weet zó zeker dat ik er een onderdeel van ben. Ergo, je document is niet authentiek en je bent lichtgelovig. Zijn we niet allen zusters en broeders, Alec?

“Waar heb je het in vredesnaam over?”

Sam sloeg zijn ogen wanhopig op.

“Mijn god… Luister. Je hebt een oud en authentiek document, dat geeft veel opwinding. Je ontdekt een relatie met de familie Hazendans en blijkbaar iets met mij. Heel bijzonder. Maar écht? Ik denk het niet. God heeft in de Bijbel geschreven dat alle familieregisters zijn vernietigd. Ik neem aan dat Hij een 100% zekerheidsgarantie kan geven, als Schepper, dat dan ook werkelijk álle registers zijn verdwenen. En mijn aanwezigheid in zo’n document is ook niet zo bijzonder. We hebben allemaal dezelfde ouders. En dezelfde overgeërfde onvolmaaktheid.”

“Nee, dat maakt het echt veel duidelijker Sam. Man, dat ik je gevraagd heb…”

De telefoon ging over.

“Ferguson.”

Hij staarde in de verte en slikte. Hij legde op.

“Lot is gevonden.”

 

Sam had de computer aangezet en de vele uitzendingen bekeken die aan zijn persoon waren gewijd. Al snel was de sensatiefactor al zo indringend geworden dat Sam met verontwaardiging begon te kijken. De wetenschap dat alle aangedragen beschuldigingen op niks waren gebaseerd en allerlei activiteiten compleet uit hun verband waren gerukt maakte hem immuun voor de onzinnige inhoud. Hij bleef kijken, naar regionaal nieuws, het dagelijkse journaal en het Britse nieuws. Zijn gedachten waren bij de dagen dat hij onderdak had bij Rebekka. Als zij bij de dissidenten hoorde, dan was het vreemd dat zij niet doortastender was geweest. Ze hadden de momenten die ze samen waren geweest voornamelijk gevuld met geklets, met drinken en gelach, en, zoals de laatste maal, met drugs. Het waren ook opwindende gebeurtenissen geweest waarbij het maar weinig had gescheeld of ze hadden het bed met elkaar gedeeld. Het zorgde bij Sam ook voor onrust. Hij had zichzelf niet eens hoeven bedwingen om te voorkomen dat hij seks met Rebekka had gehad. De gedachte aan Qiusé was voldoende. De beelden van de woedende echtgenoot en de huilende kinderen schoten door zijn hoofd. Ogenschijnlijk was Rebekka een liefdevolle moeder in een harmonieus gezin. Ze sprak er tijdens hun kennismaking, toen Sam gebruik ging maken van haar Bed and Breakfast, liefdevol over en ze had de indruk gegeven een volmaakt gelukkig gezinsleven te hebben. Wat was er in haar gevaren om zo meegezogen te worden in de waanzin van de dissidenten? Waarom werd ze vermist? Wat had haar overtuigt om huis en haard te verlaten voor… ja, voor wat eigenlijk? Voor hem? Maar waarom dan? En waarom in Engeland?

Sam was weer begonnen in een nieuw document. Hij wilde de vragen die door zijn hoofd stormden noteren. Hoe onzinnig ze misschien mochten zijn.

Zijn gedachten over de dagen  bij Rebekka hielden niet op. Hij wilde ze sowieso met Alec delen. Hij was immers onschuldig, ook al verfoeide hij die gedachte. Alsof hij zich verantwoorden moest. Hij schudde zijn hoofd om zich weer op Rebekka te concentreren. Hoe was hij bij haar terecht gekomen? Hij was gestuurd, dat kon toch niet anders? Maar daar had hij niks van gemerkt! De eerste weken in Engeland waren zalig. Eerst verwerken, toen loslaten, schrijven… hij was zelfs weer met poëzie begonnen. Hij voelde zich goed, voelde zich weer sterker worden, was eindelijk weer helder aan het denken. Hij kon genieten van een enkel glas bier, een zeldzame sigaret. Hij begon de dreiging te vereenvoudigen, de dreiging dat hij niet los kon komen van deze zaak. Bjorn was immers terecht. Wat had hij nog te doen met deze wetenschap? Door blijven zoeken om de moeder van Bjorn in de waan te laten? En er een honorarium voor vragen? Zelfs nu schudde Sam verontwaardig zijn hoofd. Hij kon het niet. Hij haatte de diensten zo intens… Hoe is hij bij Rachel terecht gekomen?”

Hij ijsbeerde door de kamer.

De diensten hebben hem lang gevolgd, jarenlang. Zij observeren en registreren, slaan alles op. Alec is hoofd van die dienst. Absolute
topfunctionaris. Hij wil samenwerken. Wat had Sam in vredesnaam gemist?Wat was onzichtbaar gebleven in die jaren? Wat had hem in godsvredesnaam hier gebracht? Hij opende een vierde document, een vijfde. Hij wilde alles noteren maar de schermen bleven leeg. Hij kon niet stoppen met denken hij kon het denken niet onderbreken voor het schrijven.

Sam stampte, het leek te blokkeren, hij schoot in herhaalgedachten.

‘Hij is hier.’

Hij verstarde. Dat was geen gedachte, het was een onhoorbare stem.

Sam liep naar de tassen die Alec naar boven had gesjouwd. Hij zocht zijn jas. Hij zocht in de binnenzak. Hij legde de inhoud op het bureau, pakte zijn laptop  en ging zitten. Ieder voorwerp werd beschreven en van gedachten voorzien. Hij las creditcards, hij vond een mini-sd kaartje, wat foto’s van Esther…

“Vuile hypocriet”, mompelde Sam.

Rick gleed door zijn handen. Als een sleutel.

En alles klopte.

 

Sam ontwaakte fris en uitgerust. Hij stond op, nam een lange douche en zette zich achter een fors ontbijt. Ondanks de insluiting, hij bleef natuurlijk gewoon gevangen, voelde hij de energie om flink te gaan schrijven vandaag. Onder het eten door las hij de teksten die hij de dag ervoor had geschreven en knikte. Af en toe bromde hij afkeurend, schrapte dan ook wat regels of hij verbeterde een storende fout. Sam had bedacht om zijn gesprek met Rachel te rapporteren, zo objectief en zo gedetailleerd mogelijk. Toch zou hij wat slagen om de arm houden en enkele belangrijke elementen uit zijn verslag laten. Hij wilde zien in hoeverre Alec echt op de hoogte was van de organisatie achter ‘zijn’ stam, aan de andere kant wilde hij toch wat troeven in handen houden voor als het er op aan kwam. Ook al zou hij met Alec samen gaan werken, Sam hield er rekening mee dat hij uiteindelijk alleen zou achterblijven om de klus te klaren… al had hij er geen idee van wat hem te wachten stond.

De binnentuin was een verademing. Zelfs hier werd hij met rust gelaten, al voelde hij de ogen vanuit allerlei hoeken op hem gericht. Het deerde hem niet, hij kon schrijven zonder op de vingers gekeken te worden. Bovendien was alles wat hij schreef toch al bekend bij de dienst. Wat er in zijn hoofd afspeelde bleef daar ook. Hij schreef voortdurend, af en toe een onderbreking om een sigaret op te steken die dan grotendeels verloren ging in as.

Sam had twee documenten geopend, één voor zijn verslag aan Alec waarin hij het gesprek met Rachel beschreef en een tweede waarin hij in korte zinnen een opzet maakte voor een uitgebreid stuk over zijn belevenissen van de afgelopen jaren. Naarmate de tijd vorderde nam de omvang van dat laatste document langzamerhand toe. Hij las een paar maal de tekst terug en sloeg het bestand toen op. Hij zou er vanavond verder aan werken, dat had hij de druk niet langer die hem steeds naar het verslag van Rachel toe dwong. Het schoot ook niet op, hij deed zijn best om de gebeurtenissen zo zakelijk mogelijk te noteren maar kon regelmatig een huivering niet onderdrukken. De mogelijkheden om verbanden te leggen tussen de brief van Alec en het gesprek met Rachel waren groot. Hij overwoog een derde document te openen maar pakte in plaats daarvan een pen en een notitieblok. Zijn oog viel op de envelop die Alec hem had toevertrouwt. Hij wilde de brief zo snel mogelijk teruggeven, het hing als een molensteen om zijn nek.

Een kleine twee uur later sloot hij de laptop, ging terug naar de kamer en at een kleine lunch. De televisie had een overstelpend aanbod aan zenders, zelfs Nederlandse, en hij bekeek het nieuws. Hij klikte de teletekst toets in en keek naar de datum, het was actueel, geen oud nieuws. Alec hield woord, blijkbaar. Hij zapte door en zag van regionale zenders langskomen. Hij stopte bij de nieuwsuitzending van omroep Limburg.

‘Ondertussen is in Birmingham de hoofdverdachte in de zaak Gwen gearresteerd. Sam S. werd aangehouden in een voormalig pension waarvan de eigenaresse al enige weken vermist was. Naast de mogelijke betrokkenheid bij de vermissing heeft het ministerie van Justitie haar Britse collega’s gevraagd Sam S. ook aan te houden inzake een moord op een vrouw van 23-jarige leeftijd. In Birmingham staat onze correspondent Pieter Broertjes, vertel eens Pieter…’

Sam keek met grote ogen en open mond naar het beeldscherm.

“…en het betreft een gruwelijke moord, zo gaat het gerucht, waarbij S. ook verdacht wordt van verkrachting. De Nederlandse regering heeft vooralsnog geen uitleveringsverzoek gedaan.”

De rest ging langs hem heen. Sam had zijn handen voor zijn gezicht geslagen en kon geen stom woord uitbrengen.

Sam kwam van ver, hij had vaag de kloppen op de deur gehoord en ineens stond er een man in het kantoor. In zijn hand een grote tas. Hij liep op Sam af en stelde zich voor als Jean Vieuxmaison, hoofd van dienst. Sam gaf een hand, noemde zijn naam en ging zitten. Zonder verdere informatie te vragen ging de man zitten en opende een notitieblok.

“U bent hier op het hoofdbureau van de Britse Inlichtingendienst en op dit moment in het werkvertrek van dhr. Alec Ferguson. Mijnheer Ferguson kent u het maximale aantal privileges toe wat u kunt ontvangen. Dat houdt concreet het volgende in: u bent vrij deze ruimte te verlaten en met de lift naar de binnentuin te gaan. U kunt tevens gebruik maken van het dakterras, al zult u dan onder begeleiding moeten gaan. Overigens geldt dat u zich alleen kunt bewegen. U wordt niet bekeken of afgeluisterd, u heeft totale privacy.”

Hij rommelde in zijn tas, pakte een telefoon en legde deze op tafel.

“Deze telefoon is van u. U kunt bellen en gebeld worden op kosten van de dienst. Ook hier geldt absolute privacy. Er is slechts één restrictie: u mag geen contact opnemen met de familie Folger. Zij bellen ons als u contact met hen opneemt en vervolgens wordt u ingesloten en worden alle privileges ingetrokken. U krijgt een laptop…”, wederom greep hij in de tas en haalde er een verzegelde doos uit, “… u moet het apparaat nog helemaal naar eigen welbevinden inrichten. U heeft uiteraard verbinding met het internet, de verbinding legt u met uw telefoon. Ook hier privacy. Ja, ik zeg het er maar bij, dan kan daar geen misverstand over bestaan. U krijgt ontbijt, lunch, diner. Voor overige behoeften verwijs ik naar de kitchenette van dhr. Ferguson.”

Hij stond op, liep naar een deur in het kantoor en opende deze. Hij knikte Sam met een glimlach toe, als uitnodiging om hem te volgen. Sam stapte een vertrek binnen wat hem de ogen deed knipperen. De ongekende luxe overviel hem. Een enorm bed, een bank, een fauteuil als een troon, video- en audioapparatuur, sanitair, kookvertrek, je kon het zo gek niet bedenken of het was aanwezig. Sam liep nar het raam en keek over een deel van London. Hij had geen idee waar hij zat. Het viel hem wel op dat de ramen uit één stuk bestonden. Geen mogelijkheden om ook maar iets open te zetten.

“De beide ruimten worden permanent geventileerd. U heeft airco. De ramen zijn voorzien van een coating: u bent onzichtbaar. Ik adviseer u alles rustig te bekijken. Heeft u nog vragen?”

“Wanneer komt Alec terug?”

“Ik ken de agenda van mijnheer Ferguson niet. Indien u dat wenst kan ik contact met hem opnemen?”

Sam schudde zijn hoofd.

“Dan wens ik u een aangenaam verblijf. U kunt ons hier op de gang vinden, derde deur links. Als u iets wenst, vragen heeft, u zegt het maar. Tot slot: uw privacy gaat tot de toegangsdeur van het kantoor. Een stap buiten de deur bent u onze gevangene en wordt u volledig in de gaten gehouden.”

Hij gaf Sam nogmaals een hand en verliet het kantoor.

Alsof hij godverdomme in een vijfsterrenhotel zat. Nou ja, dat was in zekere zin ook zo. Eén stap over de drempel was het onderpand voor dit huisarrest. Onderpand was zijn vrijheid. Zijn vrijheid was zijn dood. Deze situatie was een marteltuig, een galg met een worgknoop van zijde. Kijk, er ligt van alles in de koelkast: delicatessen, bier, berenburg, whisky, kazen. Er is een ijsmachine, een koffiezetter (geen machine met pad of cup,  goddank), een flinke voorraad sigaretten… weed? Verdomd… Sam opende het zakje en rook. Er kwam een glimlach op zijn lippen. Hij zou kunnen overwegen om twee dagen kneiterstoned hier op bed te gaan liggen. Biertje erbij, borrel. Laptop aan, beetje onzin schrijven, account aanmaken op hotmail, facebook… Hij grijnsde, draaide wat in zijn sigaret en stak op. Hij pakte een biertje en dronk het met lange teugen leeg. Hij moest verschrikkelijk boeren. Het was goeie weed. Sam installeerde een tekstverwerker op de laptop en opende een leeg document. Hij had zijn schoenen uitgedaan en nog een joint gedraaid. Nog een biertje, klein glaasje whisky. Er stonden heerlijke kaasjes op een plank, fles port ernaast, wat toast. Precies op temperatuur. In de kledingkast hing nachtkleding en een badjas. Een bad, hij had zin in een bad… Nog niet, straks. In gedachten lag zij daar, met haar schitterende ogen, haar lange lokken, haar huid bedekt door vlokken schuim en met die blik… Hij voelde heimwee, hij voelde steken jaloezie, hij voelde het gemis. Er lag nog veel drank, gelukkig. Die vaststelling zette hem het schrijven. Als een bezetene ramde Sam zijn letters op het scherm. Rapportage werd een samenvatting, hij maakte schema’s, hij dacht, kneedde, hij dronk nog een biertje, beetje berenburg, rookte niet eens zoveel sigaretten… Hij snaaide, hij at het ene na het andere, en was ineens doodmoe. Hij keek de tekst door die hij had gemaakt… grijnsde. En viel met een glimlach in een diepe slaap.

 

Sam liet de brief zakken en vouwde deze dicht. Hij kon de gevoelens die door zijn bloed joegen niet stuk voor stuk ervaren, ze beukten voltallig in zijn brein, in zijn hart. Schaakmat, heette dat. Nog niet eerder gehad. Zou hij misstap maken, dan was hij vrij. En binnen een uur gelyncht of vermoord. Bleef hij hier dan zou hij een breuk maken met zijn principes en was zijn weerzin volmaakt. Sam kauwde op z’n wang. Waar had Alec dat document vandaan? Was hij die hij zei dat hij was? En wat had hij te maken met de geslachtslijn van Qiusé. Zijn bange voorgevoel wilde hij wegdrukken, het was een bizarre gedachte te veronderstellen dat hij in datzelfde geslachtregister zou staan. Qiusé als eerstgeborene… Esther als tweede. Sam merkte dat hij in paniek begon te raken. Beelden uit Praag schoten over zijn netvlies… het onweer, de Moldau… Hans’ bizarre sterven. De andere opdrachten die vreemd waren. Praag was ook vreemd. Net zoals Maastricht. En altijd Esther. Hij hijgde. Hij had de beklemmende zekerheid dat elk geschreven woord van Alec waarheid bevatte. En die klootzak kwam pas  overmorgen terug. Envelop in beheer houden. Wat als hij dat niet zou doen? Stortte dan de hele flikkerse bende in elkaar? Nou en? Bjorn… Alec had gelijk, dat verdomde klerejong stond op de eerste plek. Die hele geschiedenis met Dan en met die vervloekte dissidenten kon verbranden. Maar Hazendans had destijds gelijk… het komt samen. Een ineenstrengeling van draden die niet meer los van elkaar konden. De metafoor verliep als een droombeeld in Sams gedachten verder. De draden, een kabel, strakgespannen. Eén draad stuk en de kabel verliest kracht. Hij zag Alec de kabel aantrekken, de zaak nog verder onder spanning brengen. En Sam begreep wat Alec bedacht had en wat hij uiteindelijk wilde. Alec spinde draden om de dissidenten heen. Sam stond op en begon te lopen. Danieten die infiltreerden. Rachel zal niet de eerste zijn geweest die daarvoor het leven liet. Was deze metafoor onwerkelijk? Was Alec zo bezeten om zijn opdracht te vervullen dat hij daarvoor over lijken ging? Mensen opofferde? Hij zat in een positie die hem daartoe in staat stelde. Als hij werkelijk die positie had. Dat had hij, Sam wist het zeker. Was hij zo bezeten? Voor de zuivering van een stam? Een geloofsovertuiging? Maakte hem dat niet net zo gevaarlijk als de dissident? Wat was de rol van Alec binnen de Stam eigenlijk? Sam verstarde. Als Alec hier zo’n hoge positie heeft… zou hij in de top van de organisatie van Dan zitten? Alec zou dan een gezalfde zijn. En dan droeg hij het Teken.

“… maar niet op zijn hiel”, mompelde Sam en huiverde. Hij wreef zijn ogen droog en keek in de diepe duisternis van zijn geheugen. […met gesloten ogen, koud, bewegingloos. Zelfs in zijn dood wist hij te ontroeren. Zo mooi, zo puur… zo dood]. Hij hapte naar adem en voelde in zijn achterzak. De envelop zat er nog.

“Ik moet mijn tijd nuttig gebruiken.”

Na een tweetal kloppen opende de deur van het kantoor.

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.