“Hoe kom je aan dit document?”
“Dat kan ik je natuurlijk niet vertellen, je weet dat het een hartstikke geheim document is. Ze zouden me wat aandoen als ze wisten dat je het hebt gezien. Bovendien is dat toch helemaal niet belangrijk Sam… Het gaat om de gegevens die je ziet. Het is een document wat authentiek is en waar de hele wetenschap van op de kop zal staan. Het schijnt niet op zichzelf te staan, er zijn nog andere documenten maar dit is voor ons belangrijk: wij staan er immers op.”
Sam schudde zijn hoofd en maakte zich voorzichtig los uit haar omarming. Het licht flakkerde even. Sam’s hart sloeg over en hij maakte een geluid. Ze moest erom lachen.
“Relax Sam, het is een stroomdipje. Dat heb ik al een paar keer meegemaakt hier. Kan geen kwaad.”
Hij draaide zich verlegen naar haar om en keek haar aan.
“Hoe heb jij Esther zo goed leren kennen, Lot?”
Ze keek hem verbaasd aan.
“We hebben een hechte familieband Sam. Dat wist je toch al? En met de één kan je het beter vinden dan met de ander. Ik…”
“Zoals bijvoorbeeld Qiusé? Je contact met haar is aanmerkelijk koeler.”
Ze zuchtte diep en veegde een lange blonde lok uit haar gezicht. Ze beet wat op haar onderlip en pakte nog een sigaret. De ruimte begon behoorlijk blauw te staan.
“Qiusé heeft me altijd gezien als een te jong wichtje dat in alles nog te bleu was. Ik haatte dat, kon ook niet normaal tegen haar doen. Ik keek tegen haar op en haatte haar daarom nog meer. Esther is zo anders, veel liever en zorgzamer. Ze sprak met me, luisterde naar me, was echt in mij geïnteresseerd. Ze heeft grote geheimen met me gedeeld en ik ben haar daar zo dankbaar voor. Qiusé pronkt met haar afkomst maar laat niemand daarin delen. Ze is een zelfingenomen trut die alleen maar aan zichzelf denkt…”, ze keek Sam fel aan, “maar volgens mij is ze hartstikke bang. Daarom vluchtte ze in jouw armen. Ik vind het zo goed van je dat je haar hebt laten vallen. Die meid verdient niet beter.”
Sam knikte slechts, hij slikte wat moeizaam en keek haar indringend aan.
“Esther is ook opgelucht. Ze weet dat Qiusé hartstikke verliefd op je is. Het liefst zou ze je willen uitleggen wat er allemaal is gebeurd de laatste jaren maar ze begrijpt ook wel dat jij daar niet op zit te wachten.”
“Ik heb alle reden om aan te nemen dat Esther me haat, Lot. En dat jij me haat. Esther heeft opdracht gegeven om me uit te schakelen. Weet je nog? Die nacht dat je me opzocht in het pension van Mia? Je was op de hoogte van het voornemen om me op te ruimen. Bijzondere liefde houden jij en Esther er op na, ik kan niet anders zeggen.”
Ze verslikte zich en hoestte. Tegelijkertijd schudde ze heftig haar hoofd. Het licht flikkerde wederom, korter dit maal. Automatisch keek Sam op zijn horloge en vroeg zich af wanneer Hazendans de deur weer zou openen.
“Dat is niet waar Sam. Ik houd van je. Ik mocht geen gevoelens voor je koesteren omdat ik Esther niets in de weg wilde leggen. En ik ben natuurlijk veel te jong voor je. Maar ik kan niet ontkennen dat die gevoelens er nu eenmaal zijn. Toen ik in dit document bevestigd zag dat jij en ik samen moesten komen om het beloofde zaad te verwekken kon ik eindelijk mijn liefde voor je openbaar maken.”
“Enig idee waar Qiusé nu is?”
Ze snoof minachtend en keek van hem weg.
“Nee. Ze zat in Kenia of Ghana, weet ik veel. Nu is ze spoorloos. Maar ze zal wel weer opgespoord worden.”
“Door wie?”
“Weet ik veel.”
Sam ging zitten, pakte haar plotseling bij haar schouders en spuugde de woorden bijkans in haar gezicht.
“Weet ik veel? Weet ik veel? Verdomme Lot, je weet meer dan je los laat, veel meer. Als jij echt zo veel van mij houdt als je zegt dan vertrouw je me en vertel je me waar ik aan toe ben. Ik ben het verdorie zat om overal achteraan te jakkeren terwijl iedereen om me heen me van alles kan vertellen. Vertel me…”
Even flakkerde het licht nog en toen werd het donker. Aardedonker. Het duurde wat langer dan zojuist en Sam merkte dat ook Lot nu wat gejaagder adem begon te halen. Zou Hazendans de deur komen openen? Sam probeerde de tijd te onderscheiden. Hazendans zou nu ieder moment binnen kunnen komen. Achter in de ruimte klonken geluiden.
Hij en Lot waren niet langer alleen.
