Feeds:
Berichten
Reacties

Sam had de computer aangezet en de vele uitzendingen bekeken die aan zijn persoon waren gewijd. Al snel was de sensatiefactor al zo indringend geworden dat Sam met verontwaardiging begon te kijken. De wetenschap dat alle aangedragen beschuldigingen op niks waren gebaseerd en allerlei activiteiten compleet uit hun verband waren gerukt maakte hem immuun voor de onzinnige inhoud. Hij bleef kijken, naar regionaal nieuws, het dagelijkse journaal en het Britse nieuws. Zijn gedachten waren bij de dagen dat hij onderdak had bij Rebekka. Als zij bij de dissidenten hoorde, dan was het vreemd dat zij niet doortastender was geweest. Ze hadden de momenten die ze samen waren geweest voornamelijk gevuld met geklets, met drinken en gelach, en, zoals de laatste maal, met drugs. Het waren ook opwindende gebeurtenissen geweest waarbij het maar weinig had gescheeld of ze hadden het bed met elkaar gedeeld. Het zorgde bij Sam ook voor onrust. Hij had zichzelf niet eens hoeven bedwingen om te voorkomen dat hij seks met Rebekka had gehad. De gedachte aan Qiusé was voldoende. De beelden van de woedende echtgenoot en de huilende kinderen schoten door zijn hoofd. Ogenschijnlijk was Rebekka een liefdevolle moeder in een harmonieus gezin. Ze sprak er tijdens hun kennismaking, toen Sam gebruik ging maken van haar Bed and Breakfast, liefdevol over en ze had de indruk gegeven een volmaakt gelukkig gezinsleven te hebben. Wat was er in haar gevaren om zo meegezogen te worden in de waanzin van de dissidenten? Waarom werd ze vermist? Wat had haar overtuigt om huis en haard te verlaten voor… ja, voor wat eigenlijk? Voor hem? Maar waarom dan? En waarom in Engeland?

Sam was weer begonnen in een nieuw document. Hij wilde de vragen die door zijn hoofd stormden noteren. Hoe onzinnig ze misschien mochten zijn.

Zijn gedachten over de dagen  bij Rebekka hielden niet op. Hij wilde ze sowieso met Alec delen. Hij was immers onschuldig, ook al verfoeide hij die gedachte. Alsof hij zich verantwoorden moest. Hij schudde zijn hoofd om zich weer op Rebekka te concentreren. Hoe was hij bij haar terecht gekomen? Hij was gestuurd, dat kon toch niet anders? Maar daar had hij niks van gemerkt! De eerste weken in Engeland waren zalig. Eerst verwerken, toen loslaten, schrijven… hij was zelfs weer met poëzie begonnen. Hij voelde zich goed, voelde zich weer sterker worden, was eindelijk weer helder aan het denken. Hij kon genieten van een enkel glas bier, een zeldzame sigaret. Hij begon de dreiging te vereenvoudigen, de dreiging dat hij niet los kon komen van deze zaak. Bjorn was immers terecht. Wat had hij nog te doen met deze wetenschap? Door blijven zoeken om de moeder van Bjorn in de waan te laten? En er een honorarium voor vragen? Zelfs nu schudde Sam verontwaardig zijn hoofd. Hij kon het niet. Hij haatte de diensten zo intens… Hoe is hij bij Rachel terecht gekomen?”

Hij ijsbeerde door de kamer.

De diensten hebben hem lang gevolgd, jarenlang. Zij observeren en registreren, slaan alles op. Alec is hoofd van die dienst. Absolute
topfunctionaris. Hij wil samenwerken. Wat had Sam in vredesnaam gemist?Wat was onzichtbaar gebleven in die jaren? Wat had hem in godsvredesnaam hier gebracht? Hij opende een vierde document, een vijfde. Hij wilde alles noteren maar de schermen bleven leeg. Hij kon niet stoppen met denken hij kon het denken niet onderbreken voor het schrijven.

Sam stampte, het leek te blokkeren, hij schoot in herhaalgedachten.

‘Hij is hier.’

Hij verstarde. Dat was geen gedachte, het was een onhoorbare stem.

Sam liep naar de tassen die Alec naar boven had gesjouwd. Hij zocht zijn jas. Hij zocht in de binnenzak. Hij legde de inhoud op het bureau, pakte zijn laptop  en ging zitten. Ieder voorwerp werd beschreven en van gedachten voorzien. Hij las creditcards, hij vond een mini-sd kaartje, wat foto’s van Esther…

“Vuile hypocriet”, mompelde Sam.

Rick gleed door zijn handen. Als een sleutel.

En alles klopte.

 

Sam ontwaakte fris en uitgerust. Hij stond op, nam een lange douche en zette zich achter een fors ontbijt. Ondanks de insluiting, hij bleef natuurlijk gewoon gevangen, voelde hij de energie om flink te gaan schrijven vandaag. Onder het eten door las hij de teksten die hij de dag ervoor had geschreven en knikte. Af en toe bromde hij afkeurend, schrapte dan ook wat regels of hij verbeterde een storende fout. Sam had bedacht om zijn gesprek met Rachel te rapporteren, zo objectief en zo gedetailleerd mogelijk. Toch zou hij wat slagen om de arm houden en enkele belangrijke elementen uit zijn verslag laten. Hij wilde zien in hoeverre Alec echt op de hoogte was van de organisatie achter ‘zijn’ stam, aan de andere kant wilde hij toch wat troeven in handen houden voor als het er op aan kwam. Ook al zou hij met Alec samen gaan werken, Sam hield er rekening mee dat hij uiteindelijk alleen zou achterblijven om de klus te klaren… al had hij er geen idee van wat hem te wachten stond.

De binnentuin was een verademing. Zelfs hier werd hij met rust gelaten, al voelde hij de ogen vanuit allerlei hoeken op hem gericht. Het deerde hem niet, hij kon schrijven zonder op de vingers gekeken te worden. Bovendien was alles wat hij schreef toch al bekend bij de dienst. Wat er in zijn hoofd afspeelde bleef daar ook. Hij schreef voortdurend, af en toe een onderbreking om een sigaret op te steken die dan grotendeels verloren ging in as.

Sam had twee documenten geopend, één voor zijn verslag aan Alec waarin hij het gesprek met Rachel beschreef en een tweede waarin hij in korte zinnen een opzet maakte voor een uitgebreid stuk over zijn belevenissen van de afgelopen jaren. Naarmate de tijd vorderde nam de omvang van dat laatste document langzamerhand toe. Hij las een paar maal de tekst terug en sloeg het bestand toen op. Hij zou er vanavond verder aan werken, dat had hij de druk niet langer die hem steeds naar het verslag van Rachel toe dwong. Het schoot ook niet op, hij deed zijn best om de gebeurtenissen zo zakelijk mogelijk te noteren maar kon regelmatig een huivering niet onderdrukken. De mogelijkheden om verbanden te leggen tussen de brief van Alec en het gesprek met Rachel waren groot. Hij overwoog een derde document te openen maar pakte in plaats daarvan een pen en een notitieblok. Zijn oog viel op de envelop die Alec hem had toevertrouwt. Hij wilde de brief zo snel mogelijk teruggeven, het hing als een molensteen om zijn nek.

Een kleine twee uur later sloot hij de laptop, ging terug naar de kamer en at een kleine lunch. De televisie had een overstelpend aanbod aan zenders, zelfs Nederlandse, en hij bekeek het nieuws. Hij klikte de teletekst toets in en keek naar de datum, het was actueel, geen oud nieuws. Alec hield woord, blijkbaar. Hij zapte door en zag van regionale zenders langskomen. Hij stopte bij de nieuwsuitzending van omroep Limburg.

‘Ondertussen is in Birmingham de hoofdverdachte in de zaak Gwen gearresteerd. Sam S. werd aangehouden in een voormalig pension waarvan de eigenaresse al enige weken vermist was. Naast de mogelijke betrokkenheid bij de vermissing heeft het ministerie van Justitie haar Britse collega’s gevraagd Sam S. ook aan te houden inzake een moord op een vrouw van 23-jarige leeftijd. In Birmingham staat onze correspondent Pieter Broertjes, vertel eens Pieter…’

Sam keek met grote ogen en open mond naar het beeldscherm.

“…en het betreft een gruwelijke moord, zo gaat het gerucht, waarbij S. ook verdacht wordt van verkrachting. De Nederlandse regering heeft vooralsnog geen uitleveringsverzoek gedaan.”

De rest ging langs hem heen. Sam had zijn handen voor zijn gezicht geslagen en kon geen stom woord uitbrengen.

Sam kwam van ver, hij had vaag de kloppen op de deur gehoord en ineens stond er een man in het kantoor. In zijn hand een grote tas. Hij liep op Sam af en stelde zich voor als Jean Vieuxmaison, hoofd van dienst. Sam gaf een hand, noemde zijn naam en ging zitten. Zonder verdere informatie te vragen ging de man zitten en opende een notitieblok.

“U bent hier op het hoofdbureau van de Britse Inlichtingendienst en op dit moment in het werkvertrek van dhr. Alec Ferguson. Mijnheer Ferguson kent u het maximale aantal privileges toe wat u kunt ontvangen. Dat houdt concreet het volgende in: u bent vrij deze ruimte te verlaten en met de lift naar de binnentuin te gaan. U kunt tevens gebruik maken van het dakterras, al zult u dan onder begeleiding moeten gaan. Overigens geldt dat u zich alleen kunt bewegen. U wordt niet bekeken of afgeluisterd, u heeft totale privacy.”

Hij rommelde in zijn tas, pakte een telefoon en legde deze op tafel.

“Deze telefoon is van u. U kunt bellen en gebeld worden op kosten van de dienst. Ook hier geldt absolute privacy. Er is slechts één restrictie: u mag geen contact opnemen met de familie Folger. Zij bellen ons als u contact met hen opneemt en vervolgens wordt u ingesloten en worden alle privileges ingetrokken. U krijgt een laptop…”, wederom greep hij in de tas en haalde er een verzegelde doos uit, “… u moet het apparaat nog helemaal naar eigen welbevinden inrichten. U heeft uiteraard verbinding met het internet, de verbinding legt u met uw telefoon. Ook hier privacy. Ja, ik zeg het er maar bij, dan kan daar geen misverstand over bestaan. U krijgt ontbijt, lunch, diner. Voor overige behoeften verwijs ik naar de kitchenette van dhr. Ferguson.”

Hij stond op, liep naar een deur in het kantoor en opende deze. Hij knikte Sam met een glimlach toe, als uitnodiging om hem te volgen. Sam stapte een vertrek binnen wat hem de ogen deed knipperen. De ongekende luxe overviel hem. Een enorm bed, een bank, een fauteuil als een troon, video- en audioapparatuur, sanitair, kookvertrek, je kon het zo gek niet bedenken of het was aanwezig. Sam liep nar het raam en keek over een deel van London. Hij had geen idee waar hij zat. Het viel hem wel op dat de ramen uit één stuk bestonden. Geen mogelijkheden om ook maar iets open te zetten.

“De beide ruimten worden permanent geventileerd. U heeft airco. De ramen zijn voorzien van een coating: u bent onzichtbaar. Ik adviseer u alles rustig te bekijken. Heeft u nog vragen?”

“Wanneer komt Alec terug?”

“Ik ken de agenda van mijnheer Ferguson niet. Indien u dat wenst kan ik contact met hem opnemen?”

Sam schudde zijn hoofd.

“Dan wens ik u een aangenaam verblijf. U kunt ons hier op de gang vinden, derde deur links. Als u iets wenst, vragen heeft, u zegt het maar. Tot slot: uw privacy gaat tot de toegangsdeur van het kantoor. Een stap buiten de deur bent u onze gevangene en wordt u volledig in de gaten gehouden.”

Hij gaf Sam nogmaals een hand en verliet het kantoor.

Alsof hij godverdomme in een vijfsterrenhotel zat. Nou ja, dat was in zekere zin ook zo. Eén stap over de drempel was het onderpand voor dit huisarrest. Onderpand was zijn vrijheid. Zijn vrijheid was zijn dood. Deze situatie was een marteltuig, een galg met een worgknoop van zijde. Kijk, er ligt van alles in de koelkast: delicatessen, bier, berenburg, whisky, kazen. Er is een ijsmachine, een koffiezetter (geen machine met pad of cup,  goddank), een flinke voorraad sigaretten… weed? Verdomd… Sam opende het zakje en rook. Er kwam een glimlach op zijn lippen. Hij zou kunnen overwegen om twee dagen kneiterstoned hier op bed te gaan liggen. Biertje erbij, borrel. Laptop aan, beetje onzin schrijven, account aanmaken op hotmail, facebook… Hij grijnsde, draaide wat in zijn sigaret en stak op. Hij pakte een biertje en dronk het met lange teugen leeg. Hij moest verschrikkelijk boeren. Het was goeie weed. Sam installeerde een tekstverwerker op de laptop en opende een leeg document. Hij had zijn schoenen uitgedaan en nog een joint gedraaid. Nog een biertje, klein glaasje whisky. Er stonden heerlijke kaasjes op een plank, fles port ernaast, wat toast. Precies op temperatuur. In de kledingkast hing nachtkleding en een badjas. Een bad, hij had zin in een bad… Nog niet, straks. In gedachten lag zij daar, met haar schitterende ogen, haar lange lokken, haar huid bedekt door vlokken schuim en met die blik… Hij voelde heimwee, hij voelde steken jaloezie, hij voelde het gemis. Er lag nog veel drank, gelukkig. Die vaststelling zette hem het schrijven. Als een bezetene ramde Sam zijn letters op het scherm. Rapportage werd een samenvatting, hij maakte schema’s, hij dacht, kneedde, hij dronk nog een biertje, beetje berenburg, rookte niet eens zoveel sigaretten… Hij snaaide, hij at het ene na het andere, en was ineens doodmoe. Hij keek de tekst door die hij had gemaakt… grijnsde. En viel met een glimlach in een diepe slaap.

 

Sam liet de brief zakken en vouwde deze dicht. Hij kon de gevoelens die door zijn bloed joegen niet stuk voor stuk ervaren, ze beukten voltallig in zijn brein, in zijn hart. Schaakmat, heette dat. Nog niet eerder gehad. Zou hij misstap maken, dan was hij vrij. En binnen een uur gelyncht of vermoord. Bleef hij hier dan zou hij een breuk maken met zijn principes en was zijn weerzin volmaakt. Sam kauwde op z’n wang. Waar had Alec dat document vandaan? Was hij die hij zei dat hij was? En wat had hij te maken met de geslachtslijn van Qiusé. Zijn bange voorgevoel wilde hij wegdrukken, het was een bizarre gedachte te veronderstellen dat hij in datzelfde geslachtregister zou staan. Qiusé als eerstgeborene… Esther als tweede. Sam merkte dat hij in paniek begon te raken. Beelden uit Praag schoten over zijn netvlies… het onweer, de Moldau… Hans’ bizarre sterven. De andere opdrachten die vreemd waren. Praag was ook vreemd. Net zoals Maastricht. En altijd Esther. Hij hijgde. Hij had de beklemmende zekerheid dat elk geschreven woord van Alec waarheid bevatte. En die klootzak kwam pas  overmorgen terug. Envelop in beheer houden. Wat als hij dat niet zou doen? Stortte dan de hele flikkerse bende in elkaar? Nou en? Bjorn… Alec had gelijk, dat verdomde klerejong stond op de eerste plek. Die hele geschiedenis met Dan en met die vervloekte dissidenten kon verbranden. Maar Hazendans had destijds gelijk… het komt samen. Een ineenstrengeling van draden die niet meer los van elkaar konden. De metafoor verliep als een droombeeld in Sams gedachten verder. De draden, een kabel, strakgespannen. Eén draad stuk en de kabel verliest kracht. Hij zag Alec de kabel aantrekken, de zaak nog verder onder spanning brengen. En Sam begreep wat Alec bedacht had en wat hij uiteindelijk wilde. Alec spinde draden om de dissidenten heen. Sam stond op en begon te lopen. Danieten die infiltreerden. Rachel zal niet de eerste zijn geweest die daarvoor het leven liet. Was deze metafoor onwerkelijk? Was Alec zo bezeten om zijn opdracht te vervullen dat hij daarvoor over lijken ging? Mensen opofferde? Hij zat in een positie die hem daartoe in staat stelde. Als hij werkelijk die positie had. Dat had hij, Sam wist het zeker. Was hij zo bezeten? Voor de zuivering van een stam? Een geloofsovertuiging? Maakte hem dat niet net zo gevaarlijk als de dissident? Wat was de rol van Alec binnen de Stam eigenlijk? Sam verstarde. Als Alec hier zo’n hoge positie heeft… zou hij in de top van de organisatie van Dan zitten? Alec zou dan een gezalfde zijn. En dan droeg hij het Teken.

“… maar niet op zijn hiel”, mompelde Sam en huiverde. Hij wreef zijn ogen droog en keek in de diepe duisternis van zijn geheugen. […met gesloten ogen, koud, bewegingloos. Zelfs in zijn dood wist hij te ontroeren. Zo mooi, zo puur… zo dood]. Hij hapte naar adem en voelde in zijn achterzak. De envelop zat er nog.

“Ik moet mijn tijd nuttig gebruiken.”

Na een tweetal kloppen opende de deur van het kantoor.

Er zat slechts een enkel vel in de enveloppe met zijn voornaam in de aanhef. Er stond geen datum op, er waren alleen dicht op elkaar gedrukte regels. Sam pakte zijn kop koffie, nam een sigaret uit het pakje van Alec en las de tekst.

Beste Sam,

In tegenstelling tot wat ik je gezegd heb is deze brief niet afkomstig van het adres van Rachel. En ik ben me er ook van bewust dat je de hoop hebt gekoesterd dat dit schrijven van Qiusé afkomstig is. Het spijt me in beide gevallen dat ik je hoop of verwachting niet kan waarmaken. Het is dan ook bijna ondoenlijk om van je te vragen of je, in je reactie naar mij, wil volhouden dat deze brief wel op het adres van Rachel is gevonden. Het is de ultieme poging om je te bewegen tot het delen van de informatie die Rachel je gegeven heeft

Waarom deze brief? Waarom deze noodgreep? Als het goed is, en mijzelf kennende is het gelopen zoals ik bedacht heb, heb je contact gehad met mijnheer Hazendans. Hij heeft je deelgenoot gemaakt van het feit dat hij een Volgeling is van de stam Dan. Tevens heeft hij je zijn zorg uitgesproken in verband met Qiusé. Die zorg deel ik met hem: Qiusé is ook mij zeer dierbaar. Niet alleen als collega, ook als vrouw. Ik heb met jaloezie en met gek wordende gelatenheid moeten zien en horen dat haar hart slechts jou toebehoord. Jij bent je daar niet eens bewust van geweest, dat stoorde me nog het meest. Inmiddels ben ik over mijn gevoelens heen gestapt en kan berusten in het feit dat ik nooit een relatie met Qiusé zal mogen hebben. Het zij zo, al heeft het me flink pijn gedaan. Qiusé heeft overigens nooit geweten van mijn liefde voor haar.

Ik snap ook niet goed waarom ik deze informatie aan je geef… wat heb je er aan. Het zal ons contact wellicht moeizamer maken. Ik hoop van niet want ik heb reden om een goed contact met je te hebben.

Zoals je weet volgt mijn dienst je bewegingen en je acties al geruime tijd. Toen mijn ergernis over je onbeantwoorde liefde aan Qiusé op zijn hoogtepunt was, keek ik naar de hopeloze toestand waarin je verkeerde ten tijde van de zaak Bjorn in Maastricht. Met de wetenschap die we als dienst hebben zag ik je handelen, je professionaliteit achteruit gaan. Ik herkende je niet meer. Je was een schim van de uitmuntende detective die je bent. Je kan daar niet veel aan doen. Verschillende mensen hebben je gewaarschuwd voor de vreemde zaken die plaatsvinden in Maastricht. Er is een golf van agressie door de stad aan het gaan, jong en oud geeft zich over aan drugs, drank en krankzinnige orgiën van geweld en verzet. ‘Het hangt in de lucht’, dat is toch een gezegde wat jullie in Nederland gebruiken? Het treft de spijker op de kop.

Wat me opviel was iets anders. Er was een sterke wil om je opdracht tot een goed einde te brengen… in alle situaties: je standvastig posten bij de muur; je geloof in de kennis van Rick, je vlucht en de maatregelen die je nam op Terschelling en daarna.

Je bleef Bjorn zoeken. Altijd. Die drive van jou heeft de doorslag gegeven om je deze brief te schrijven. Ik ga je een geheim vertellen. Voor ik je dit onthul heb ik de volgende eisen: – Ik eis dat je deze brief bij je draagt tot wij elkaar weer ontmoeten.

Dan wil ik hem ongeschonden terug.

- Ik eis dat je zwijgt over de inhoud van deze brief. Absolute zwijgplicht. Ik verbied je de brief aan anderen te laten lezen. Na lezing berg je de brief op, onzichtbaar voor apparaten.

- Je ziet me overmorgen. Ik verwacht van jou een schriftelijk verslag als reactie op deze brief. Je schrijft en vertelt me wat je hebt besproken met Rachel.

Ik ben een Daniet. De stam weet dat ik bij de inlichtingendienst werk, maar ze denken dat ik werk als administratief medewerker in de buitendienst. In feite ben ik hoofd van dienst van de afdeling die met de zaak van de dissidenten bezig is. Ik ben alleen de minister verantwoording schuldig, verder neem ik van niemand orders aan.

Ik kon de verantwoordelijkheid niet langer ontlopen om de dissidenten met wortel en tak uit te roeien. Niet letterlijk, ik ben geen onmens. Strafvervolging en publiekelijk aan de schandpaal via de media. Ontmantelen en geestelijke opvang voor de slachtoffers van deze bende.

Ik breek, met de geheime dubbele agenda die ik draag, alle regels die een Daniet zou moeten onderhouden. Ik zie het als een heilige plicht. Zonder een hemelse hoop te hebben, overigens.

Ik zie in jouw handelen een spiegelbeeld van mijzelf. De vruchten van de geest zijn jouw leidend beginsel… zo ook de mijne.

Ik doe je een voorstel. Ik wil met je samenwerken. Als duo. Ik blijf actief bij de dienst. Onze samenwerking is geheim. Alleen jij en ik zijn op de hoogte. Ik wil met jou de dissidenten tot in de kern raken. Voor de vrijlating van Bjorn. Voor de zuivering van de stam Dan.

Ik heb je iets te bieden. Je krijgt inzage in het document betreffende het geslachtsregister. Alleen mijnheer Hazendans, misschien jij en, uiteraard, ikzelf hebben kennis van dit document.

Onze gezamenlijke kennis is de sleutel in deze zaak. Daarom krijg je mogelijk inzicht in het document. Maar alleen dán als je mij informeert over je gesprek met Rachel.

Ik zal open kaart met je spelen. Ik weet dat je interesse hebt voor het document. Ik wil die interesse voeden. Je weet dat de familie van mijnheer Hazendans een bijzondere interesse heeft van de dissidenten. Je weet dat Lot zwanger moest worden. Je weet ook dat Qiusé de Eerstgeborene is…

En je bent nieuwsgierig naar de bron die antwoord geeft op de vraag waarom leden van die familie zo gefocust zijn op jou…

Tot slot, als je niet op mijn eisen ingaat trek ik ogenblikkelijk al mijn bemoeienis van je af. Dat zou betekenen dat je vrij bent.

En praktisch: mijn kantoor is nu van jou. Je kan gebruik maken van alles. Ik heb wel de kasten afgesloten. Je krijgt dadelijk bezoek van een medewerker, die zal je je rechten en plichten vertellen. Het zal je bevallen, wees gerust.

Ik ben vandaag en morgen niet meer aanwezig. Overmorgen, klokslag negen uur kom ik naar je toe. Gebruik de komende tijd nuttig, Sam.

Alec.

 

Sam keek vol ongeloof van Alec naar mijnheer Hazendans en terug. In wat voor een debiel scenario was hij eigenlijk terecht gekomen? Wat had hij allemaal gemist, wat gebeurde er buiten zijn gezichtveld om? In de wetenschap dat hij nu jarenlang was gevolgd door geheime diensten leken al zijn zekerheden, zijn successen maar ook de diepe dalen van zijn werk uiteen te vallen in een strak geregistreerde film. Hij was te diep geraakt om de openbaring van mijnheer Hazendans zó  te kunnen duiden dat er misschien wat losse elementen in een onbegrijpelijke puzzel zouden vallen. Niet alleen deze zaak, zijn hele leven van het afgelopen decennium leek een enigma, een mysterie.

“Ben je boos, Sam?”

Hij keek in de ietwat troebele blauw-groene ogen van mijnheer Hazendans en probeerde er iets van Qiusé in te herkennen. Ineens kreeg hij kippenvel…

“Boos? Nee. Verward, dat wel.”

“Ik hang aan Hebreeen 11, vers 1, Sam. Het heeft me van een harnas verlost waarin ik me opsloot. Ik was geen feitelijk geen wetenschapper, ik ben een brononderzoeker. Alles moest en zou te bewijzen zijn.”

“’Geloof is de verzekerde verwachting van dingen waarop wordt gehoopt, de duidelijke demonstratie van werkelijkheden die echter niet worden gezien.’”, mompelde Sam, en knikte.

“Je bent een man met geloof, Sam, ik weet het. We zijn het waarschijnlijk op belangrijke punten oneens, maar wat ons bindt is geloof.”

“Wat doet u in deze zaak, mijnheer Hazendans? Heeft u een opdracht?”

“Ik ben de ontbrekende schakel, Sam. Dat heb ik je vertelt. De stam weet niet dat ik hier ben en in hoeverre ik vervlochten ben met de diensten. Ze zouden het niet willen. Maar ik moet de dissidenten bereiken, Sam. Ik wil dat ze uit het leven van mijn familie gaan. Ik ben geen Daniet. Ik ben een volgeling. Ik bezoek iedere dienst, ik deel mijn kennis, ik zie een waarheid verschijnen en ik geloof daarin. Ik verafschuw de dissidenten omdat ze onze Tent bezoedelen!”

Hij hijgde even en haalde diep adem. Met krachtige stem boog hij naar Sam.

Mijn familie hoort bij mij en, wat mij betreft, bij de Danieten. Maar niet bij de dissidenten!”

Sam ratelde in zijn hoofd, hij trilde en hij wreef over zijn onderarmen, zijn huid in een ongekende kramp.

“Mijnheer Hazendans, gelóóft u mij als ik zeg dat ik Lot niét heb bezwangerd?”

“Nog niet, Sam”, hij snikte, “al zou ik het hopen…”.

Sam knikte en zat op het puntje van zijn stoel.

“Natuurlijk. Want Lot is weliswaar opgenomen in de geslachtslijn…”

“Maar niet als eerstgeborene.”, vulde mijnheer Hazendans aan.

Sam viel terug in zijn stoel.

“En niet als tweeling… zoals Esau.”

De oude man knikte.

“Esther is tweeling”, zei Sam hees.

“Ja. Maar Esther is de tweede. Haar zus kwam eerder.”

“Qiusé is de Eersteling…”mompelde Sam. Ze zijn naar haar op zoek.”

Alec boog naar voren en gaf Sam een envelop.

“Ze is voor haar eigen veiligheid al jarenlang opgenomen bij onze dienst. Desondanks is ze  al die tijd gevolgd door de dissidenten. Ondanks onze maatregelen… we werden er gek van. Het is pas sinds kort dat Qiusé onvindbaar is voor de dissidenten. Vanaf het moment dat ze met jou Terschelling verliet. Vandaar mijn zwijgen over haar verblijfplaats. Ik bewonder die vrouw om haar moed. Om haar geloof. Ze is constant op de vlucht. Ze stelt haar leven in de waagschaal om de dissidenten te ontmaskeren.”

Sam was verbijsterd. Hij was verblind en in totale verwarring. Alec pakte zijn hand.

“In de envelop zit een brief. De brief is gevonden bij Rachel. We laten je even alleen om de brief te kunnen lezen.”

Mijnheer Hazendans stond op en schudde hem de hand.

“Ik moet weg Sam. Ik hoop je snel te zien…”, hij omhelde hem even.

Niet veel later was Sam alleen.

Hij opende met trillende handen de envelop.

 

“Dat is vrijwel uitgesloten, mijnheer Hazendans, ik heb inderdaad geslachtsgemeenschap met haar gehad maar ik doe dat altijd veilig. Ik begrijp dat er zelfs met voorzorgsmaatregelen een kleine mogelijkheid is voor bevruchting maar die kans is uitgesloten.”

“Waarom sprak je dan zo indringend op haar in, destijds in mijn huis? Je dreigde haar uit de ouderlijke macht te zetten als ze zwanger van je bleek te zijn.”

Sam sloeg zijn ogen neer, de beelden van dat moment kwamen weer terug.

“Ik houd er soms wat onorthodoxe methodes op na, dat zal ik niet ontkennen. De enige mogelijkheid die ik die morgen had om bij haar binnen te dringen, vergeef me mijn woordkeuze, was toen ze mij beschuldigde van haar zwangerschap. Om haar uit haar die ‘verkondigingmodus’ te halen heb ik aan haar dat dreigement geuit. Ik had gehoopt op een emotionele reactie, een reactie die haar weer terug zou brengen in de realiteit. Ik had niet verwacht dat ze zo, eeeh, bezeten zou reageren.”

“Lot was en is er echt van overtuigt dat jij de vader bent van haar kind, Sam”, Alec nam het gesprek inmiddels over, “en ze heeft daar een, voor haar in ieder geval, uitstekende reden voor.”

“En dat is?”

“Zij heeft de opdracht gekregen om met jou naar bed te gaan, ze moest zwanger worden.”

“Ik heb betere redenen en argumenten gehoord, Alec. Wat is dat nu voor een drogreden. En wat is de drijfveer om mij voor die zwangerschap in te schakelen?”

“We hebben al geconstateerd dat Lot de overtuiging heeft gekregen dat ze in lijn een afstammeling is van Esau. De grondgedachte van de stam Dan en van de dissidenten is dat de Nieuwe Overste in deze tijd verwekt zal worden om veilig door de grote verdrukking heen te komen…”

“Jajaja, die riedel ken ik ondertussen wel”, reageerde Sam kribbig, “ik wil weten waarom Lot met mij moest neuken en hoe dat in relatie staat met de verdwijning van Bjorn. De rest interesseert me echt geen hol.”

“Fijne coöperatieve houding, Sam.”

“Nou… kom eens terzake”, ketste Sam terug die zijn ergernis voelde terugkeren.

“We hebben inzage gehad in documenten vanuit de stam Dan. Daarin wordt bewezen dat Lot en Bjorn een directe lijn hebben met Esau. Er is geen speld tussen te krijgen Sam. Het klopt wat er staat.”

“Volstrekt onmogelijk. De geslachtsregisters van de stammen van Israel en hun families zijn in vlammen opgegaan bij de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus. Niemand kan beweren dat hij of zij een directe afstammeling is. En voor u, mijnheer Hazendans, het is wetenschappelijk bewezen.”

“Dat kan zo zijn, Sam. Maar ik ben de wetenschap voorbij,” mijnheer Hazendans keek heel boos, “er zijn teveel ‘toevalligheden’ en onverklaarbare zaken. Ik heb dat document ook gezien. Klopt als een bus en geloof me, ik heb het erg grondig onderzocht. Ik heb bronnen ontdekt waar menig wetenschapper zich de vingers bij af zou likken.”

‘Dat zou toch minstens een explosieve toename van het aantal volgelingen van de stam opleveren?  Ik zie ze vooralsnog nauwelijks en is het klein in omvang. Na zo’n onderzoek gaan mensen als een idioot naar dergelijke religieuze organisaties.”

Alec reageerde.

“Groeipercentage van de afgelopen jaren laat een onwaarschijnlijke groei zien, Sam. Een heel kleine kan ook enorm groeien zonder direct zichtbaar te zijn. Ze gaan pas sinds kort de straat op met hun boodschap, eenvoudigweg omdat ze de capaciteit hebben.”

“En de wetenschappelijk onderbouwde overtuigingskracht,” vulde mijnheer Hazendans aan.

Sam keek op. “U klinkt als een…”

De oude man knikte vermoeid en opgelucht.

“U bent een Volgeling…?”

 

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.